Veronique
De strijd bij kanker.
Meer dan alleen een fysiek gevecht.
Ze heet Veronique, voor vrienden gewoon Vero. Achttien jaar, net op stoom in het leven. Twee banen, school en eindelijk een beetje trots op zichzelf. Na een rotjeugd vol pesterijen, verkeerde keuzes en altijd dat gevoel van “ik hoor er niet bij”, voelde ze zich voor het eerst echt gelukkig.
Tot 15 mei 2025, de dag waarop alles veranderde.
Ze was aan het werk toen ze iets geks voelde in haar nek.
Ze dacht eerst aan een allergische reactie.“Geen paniek, gewoon even afwachten.”
Maar toen ze benauwd werd, ging het snel. De huisarts, de onderzoeken, het wachten. De onzekerheid groeide met de dag. Wat volgde was het begin van een achtbaan waar geen mens zich op kan voorbereiden, helemaal niet een meisje van achttien.
Nooit had iemand het woord ‘kanker’ uitgesproken, tot na de biopt. “En dat was het moment dat ik wist: dit is foute boel.”
Diagnose: non-Hodgkin-lymfoom
10 juni. De dag dat het zwart-op-wit stond. Kanker. Een vorm van non-Hodgkin-lymfoom. Hoe agressief? Nog onduidelijk. Al verspreid? Nog meer wachten.
Mensen vroegen continu hoe het ging, maar wat zeg je als je het zelf niet weet? Soms appte Vero uit gewoonte maar iets, alleen om het onderwerp te vermijden. Alsof één berichtje de chaos in je hoofd kan samenvatten.
“Dat doe ik wel even.”
Op 18 juli begon de eerste chemokuur. Vero dacht nog: “Kom maar op, dat doe ik wel even.” Maar dat ‘even’ werd al snel iets wat haar volledig uit balans bracht.
De fysieke klap was groot: de misselijkheid, de vermoeidheid, het haar dat uitviel. Maar wat haar het meest raakte, was de zware mentale klap.
Iedereen zei: “Je bent zo sterk!”. Ontzettend lief bedoeld natuurlijk, maar niemand zag de avonden waarop ze stil lag te huilen. De momenten waarop ze zichzelf niet meer herkende in de spiegel. Het moment waarop haar haar uitviel en het voelde alsof met iedere pluk ook een stukje van zichzelf verdween.
“Het was niet zomaar haar,” vertelt Vero. “Het was een stukje van wie ik was. Mijn vrouwelijkheid, mijn kracht, mijn houvast.”
Nog vier kuren erbij
Na vier chemo’s hoopten de artsen op goed nieuws, maar helaas moest de behandeling worden verlengd. Nog meer kuren, nog meer wachten, nog meer vechten tegen dat stemmetje in haar hoofd dat bleef schreeuwen: “Ik kan niet meer.”
Want hoe blijf je hoopvol als je lijf niet meer meewerkt en je hoofd overloopt van angst?
De kant die niemand ziet
De buitenwereld ziet de chemo’s, de kale hoofden en de infusen, maar niet de mentale strijd die daarachter schuilt. De angst, het wachten, de onzekerheid en het gevoel van machteloosheid.
“Iedereen ziet wat er met je gebeurt en hoe je fysiek veranderd, maar niemand voelt wat er in je hoofd afspeelt.”
Je kunt liefde en steun om je heen hebben, en dat had Vero gelukkig ook, maar uiteindelijk moet jíj het doen. Jij zit in dat lichaam. Jij leeft met die gedachten.
Ze kreeg hulp aangeboden via het ziekenhuis, maar eerlijk? Praten is niet altijd makkelijk als je niet weet waar je moet beginnen. Soms wil je gewoon even helemaal niks.
Meer dan een fysiek gevecht
Kanker zit niet alleen in je lijf, het kruipt ook in je hoofd. Het draait niet alleen om chemo’s, scans en ziekenhuisbezoeken, maar ook om omgaan met angst, onzekerheid en het verlies van controle. Om proberen vol te houden, zelfs wanneer alles in je zegt dat je wilt stoppen.
Kanker is niet alleen een fysiek gevecht. Het is een mentale marathon, eentje zonder duidelijke finishlijn en daar mag meer over gepraat worden. Niet om medelijden te vragen, maar om bewustwording te creëren.
Sterk zijn betekent niet dat je nooit huilt of twijfelt.
Het betekent dat je opstaat, ook als je geen idee hebt hoe.


